Belastingtips

Tips minder belasting betalen

Hoe betaal je zo min mogelijk belasting? Er is een aantal manieren om je belastbaar inkomen en daarmee de belastingaanslag te verlagen. Hieronder leggen we er een paar uit.

Verzoek middeling

Had je de afgelopen drie jaar wisselende inkomsten, bijvoorbeeld  door ontslag, een promotie of pensionering voor je 65e? Dan kan het verstandig zijn een verzoek tot middeling in te dienen bij de Belastingdienst. Bij middeling tel je je inkomsten over de afgelopen drie jaar bij elkaar op. De uitkomst deel je door drie. Over dat nieuwe inkomen per jaar wordt vervolgens belasting berekend. Stel je voor dat je in 2014 een forse ontslagvergoeding ontving. Dan kan het zijn dat je inkomen over 2014 veel hoger is dan over 2013  en 2012. Als dat zo is, dan doe je er goed aan te middelen.

Word fiscaal partner

Mensen die de Belastingdienst als partners van elkaar beschouwt,  hebben het voordeel dat ze samen aangifte kunnen doen. Fiscaal partners mogen bij de  aangifte bepaalde inkomsten en aftrekposten naar eigen inzicht aan elkaar toerekenen. Ze kunnen flink besparen door aftrekposten zoals de hypotheekrente onder te brengen bij de meestverdienende partner. Ben je getrouwd of heb je een geregistreerd partnerschap, dan ben je vanzelf fiscaal partner. Samenwonenden  moeten dit bij de aangifte melden.

Bezwaar maken tegen de WOZ

Gemiddeld maakt 3,5% van de mensen bezwaar tegen de WOZ-aanslag. Dat is een laag percentage, gezien de verstrekkende gevolgen die een te hoge aanslag heeft. De  WOZ-waarde is bepalend voor de aanslag van drie belangrijke belastingen: de onroerendzaak-(OZB), de waterschaps- en de inkomstenbelasting. Het  eigenwoningforfait bijvoorbeeld is direct gekoppeld aan de WOZ-waarde. Hoe hoger deze uitpakt, des te meer inkomstenbelasting je moet ophoesten. Ook voor een recreatiewoning heeft een hoge aanslag grote financiële gevolgen. De WOZ-waarde moet worden opgeteld bij de rest van je vermogen in box 3. Hierover heft de fiscus 1,2% belasting.

Tips voor succesvol bezwaar

De eerstvolgende WOZ-beschikking valt begin 2016 op je deurmat. Tips hoe je moet handelen als u succesvol bezwaar wilt maken tegen een te hoge aanslag.  

  • Vraag gratis het taxatierapport op bij de gemeente. Hierin vind je de referentiepanden terug die zijn gebruikt. Vraag het zo snel mogelijk op, want je moet binnen zes weken na dagtekening bezwaar hebben gemaakt.
  • Meer tijd nodig? Stuur een ‘pro forma’ bezwaarschrift. Je krijgt dan van de gemeente een paar weken uitstel om uw bezwaar te onderbouwen. Belangrijk om te weten is dat de peildatum van de komende beschikking 1 januari 2015 is. In 2014 zijn de huizenprijzen licht gestegen.  
  • Zorg dat het bezwaar goed is onderbouwd. Waardedrukkende factoren zijn bijvoorbeeld verontreinigde grond, uitzicht op hoogspanningsmasten of het ontbreken van een eigen opgang. Via het Kadaster kun je voor een paar euro de verkoopprijzen opvragen van recent verkochte huizen bij u in de buurt. Ga naar www.kadaster.nl of bel de koopsomtelefoon: 0900 202 02 010900 202 02 01   (€0,80 per minuut).
  • De gemeente moet in principe een uitspraak doen in het jaar dat je bezwaar maakt. Deze periode mag eventueel verlengd worden met vier weken. Heb je daarna nog niks gehoord of is je bezwaar afgewezen? Stap naar de rechter (griffierecht € 39). Doe dit binnen zes weken. Sinds 1 oktober 2009 kun je de gemeente in geval van nalatigheid ook een dwangsom opleggen. Hiervoor moet je de gemeente eerst schriftelijk in gebreke stellen. Op www.minbzk.nl vind je daarvoor een standaardbrief. De gemeente heeft dan nog twee weken om te reageren. Daarna kun je naar de rechter.
  • Binnen zes weken – met de mogelijkheid van verlenging van nog eens zes weken – volgt de schriftelijke uitspraak van de rechter. Ben je het daarmee niet eens, dan kun je naar het gerechtshof (griffierecht € 107) en daarna eventueel naar de Hoge Raad (ook € 107). Bij deze laatste moet je je laten bijstaan door een advocaat.  

 Los minihypotheek af

Nog een kleine hypotheek op je huis? Dan is het soms verstandig die af te lossen.  Hypotheekrente en eigenwoningforfait moet je met elkaar verrekenen voordat je de  rente in aftrek kunt brengen. Als het rentebedrag lager is dan de forfaitaire  bijtelling, heb je niets meer om af te trekken. Dan betaal je dus de volle  hypotheekrente.

Als het rendement op je spaargeld lager is dan de hypotheekrente, is het voordeliger af te lossen. Spaarrente is meestal lager dan hypotheekrente, maar over spaargeld betaal je bovendien soms 1,2% rendementsheffing.

Een voorbeeld: de WOZ-waarde van je huis is € 500.000. Het forfait (0,55%) is dan €  2750. Je hebt nog een hypotheek van € 50.000 tegen 5% rente per jaar, en betaalt dus € 2500. Netto, want je mag niets meer aftrekken. Op de spaarrekening ontvang je bijvoorbeeld 4% rente over € 100.000, waarover je 1,2% rendementsheffing moet betalen. Het nettorendement (inclusief de vrijstelling) is dan € 3044. Na aflossing hou je € 50.000 over met een nettorendement van € 1644. Je levert dus € 1400 in. Maar bespaart € 2500 aan hypotheekrente.

Betaal rekeningen vooruit

Hypotheekrente  mag je een halfjaar vooruit betalen. Dit kan voordelig zijn als je volgend jaar minder gaat verdienen. Als je bijvoorbeeld dit jaar 52% belasting betaalt en volgend jaar 42%, krijg je van de fiscus 10% meer van uw hypotheekrente van volgend jaar terug. De bank moet wel met de vooruitbetaling akkoord gaan.